keer terug

IS MIJN GELEIDEHOND EEN SMEERPOES?

Bedenk dat kortzichtigheid nog de ergste handicap is.

Bron: Flash 2005

Er zijn nogal wat vooroordelen over honden. Zo denken nogal veel mensen dat honden niet hygiënisch zijn, zeker als je met een hond een bakkerij, restaurant of ziekenhuis binnenstapt. Je zult het dan maar meemaken als geleidehondgebruiker dat je de toegang wordt geweigerd omwille van je hond.

Hoe moet je daar dan op reageren?

Wettelijk gezien mag men je de toegang niet weigeren in publiek toegankelijke plaatsen op basis van de recente "Wet Mahoux" (van kracht sinds april 2003). Deze wet is een uitvloeisel van Europese richtlijnen en stelt dat het weigeren van een geleidehond juridisch wordt beschouwd als discriminatie en bijgevolg strafbaar is. Zelfs de wet op voedingsmiddelenhygiëne van 1997 laat geleidehonden toe in restaurants of andere plaatsen waar voedingswaren worden verkocht. Wel moet de hond zijn cape dragen en moet je een toegankelijkheidspasje kunnen voorleggen. Tot daar de juridische spoedcursus waar je al veel mensen op een rustige manier van antwoord kan dienen.

Maar wat doen als je geconfronteerd wordt met iemand die niet vatbaar is voor rede en je weigert omdat honden zogezegd niet hygiënisch zijn? Wel, Neem hem op zijn woorden en vraag hem waarom een hond minder hygiënisch is dan de gemiddelde man of vrouw die zijn restaurant of winkel bezoekt.

Als algemene regel is het vanuit hygiënisch standpunt heel eenvoudig: mensen zijn voor andere mensen veel "viezer" dan een doordeweekse hond, laat staan een geleidehond. Denken we maar aan hoe vlot een verkoudheid of griep wordt overgezet van mens tot mens.

"Maar uw hond verliest haren .." is een klassieker. Van hondenharen wordt een mens niet ziek. De kans overigens dat hondenharen op voedingswaren belanden tijdens een gewoon bezoek aan een restaurant of winkel is gering omdat honden zich meestal lager bevinden. De kans is dus veel groter dat je een hoofdhaar van je tafelgenoot of kok in de soep terugvindt dan een haar van een regelmatig geborstelde geleidehond. Mensen verliezen overigens gemiddeld een 100-tal hoofdharen per dag (denk aan de haarnetjes .). Deenige "gegronde" reden kan komen van iemand die allergisch is aan honden.

Deze allergische reactie wordt voornamelijk uitgelokt door een bepaalde stof in speeksel van honden. Aan hondenharen kunnen speekselrestanten kleven en zo allergische reacties uitlokken. Maak echter de bedenking dat allergische personen ook kunnen reageren op hondenharen die aan kledij van andere restaurant- of winkelbezoekers kleven.

"Ja maar, uw hond heeft misschien vlooien .". Eerst en vooral een goed verzorgde geleidehond is behandeld tegen vlooien en heeft dus per definitie geen vlooien. Vlooien vormen in de eerste plaats een probleem voor de thuisomgeving. Volwassen vlooien brengen namelijk slechts 1% van hun leven door op een hond. De overige tijd bevinden ze zich in de "omgeving" (tapijten, spleten, .). Wanneer ze honger hebben springen ze op een passerende hond voor een maaltijd. Let wel, hondenvlooien (ctenocephalides canis) voeden zich bij voorkeur met honden- of kattenbloed. Dit komt doordat bloed van andere diersoorten (ook de mens) moeilijker wordt verteerd. Het zijn dus enkele "hongerige" vlooien die mensen steken. Als mensen gebeten worden door hondenvlooien is dit dus meestal van hongerige vlooien uit de omgeving, zeer zelden van vlooien op honden.

"Maar uw hond kan besmettelijke ziektes hebben ." wordt ook nog al eens gedacht. Theoretisch gezien, heeft men gelijk. In totaal zijn er een vijftiental ziektes gekend die kunnen worden overgedragen van de hond naar de mens. Dit mag echter niet worden gedramatiseerd, een gezonde, goed verzorgde hond draagt geen ziektes over. Bovendien komen een groot deel van deze ziektes niet of zeer zelden voor in onze streken.

Toch een klein overzicht van enkele ziektes. Er zijn een drietal groepen van ziekteverwekkers. De belangrijkste groep vormt deze van de parasieten. De vlooien hebben we al de revue zien passeren, maar er zijn ook de mijten, de teken en de wormen.

In principe zijn er op elke plaats mijten aanwezig. Mijten zijn minuscuul kleine insectjes. De meest gekende is de huismijt. De meeste beruchte is echter de schurftmijt (Sarcoptes scabei). Deze mijt graaft kleine gangetjes in de bovenhuid van dieren en mensen en veroorzaakt zo huidproblemen. Enkel verzwakte, slecht verzorgde honden kunnen eventueel drager zijn van schurftmijten. Geleidehonden vormen dus zeker geen probleem. Bovendien moet je zelf ook verzwakt zijn vooraleer deze mijten bij de mens huidziektes veroorzaken.

Zijn er ook nog de teken. Teken op zich vormen geen probleem, wel kunnen deze insecten in onze streken drager zijn van slechte bacteriën in hun speeksel (Borrelia burgdorferi). Contact met besmet speeksel van teken kan aanleiding geven tot de ziekte van Lyme welke is gekenmerkt door griepachtige symptomen. Let wel enkel besmette teken vormen dus een probleem (ongeveer 10 % van de populatie). Teken kunnen niet overgaan van hond naar mens. Het is enkel bij het verwijderen van teken dat men best voorzichtigheid aan de dag legt door achteraf grondig de handen te ontsmetten.

Dat honden wormen kunnen hebben is algemeen bekend. Er bestaat een brede variëteit aan soorten: rondwormen, haakwormen, haarwormen, zweepwormen en lintwormen. Dat sommige van deze wormen zich kunnen overzetten naar de mens is iets minder gekend maar mag niet overdreven worden. De meest beruchte is de lintworm (Dipylidium) waarover de meeste wilde misverstanden bestaan.

Honden krijgen lintwormen door het toevallig opeten van vlooien besmet met larven van deze wormen. Een mens wordt dus niet besmet door de honden zelf maar door vlooien. Het zijn vooral kleine kinderen, die dingen in de mond steken, die risico lopen om dergelijke larven op te nemen. Hierdoor krijgen de kinderen anale jeuk veroorzaakt door de kleine wormpjes. Regelmatig tegen vlooien behandelen is dus de boodschap. De meer gevaarlijke wormen voor de mens zijn de rondwormen (Toxocara) en haakwormen (Ancylostoma). Honden geraken geparasiteerd door het opeten van muizen of ratten besmet met larven van deze wormen. Uitzonderlijk kunnen deze larven zich ook nestelen in het lichaam van een mens na opname van eitjes afkomstig uit uitwerpselen van een hond. Doordat deze larven vanuit de darm migreren naar spieren of organen, kan deze aanleiding geven tot ernstige ziektebeelden (ook blindheid). Deze soorten komen gelukkig maar zelden voor. Je hond ontwormen is dus ook belangrijk voor jezelf.

Een tweede groep van ziekteverwekkers zijn de bacteriën en de schimmels. Voor bacteriën kunnen we kort zijn, direct contact met uitwerpselen van honden kan diarree veroorzaken wanneer deze dieren besmet zijn met bepaalde bacteriesoorten (Salmonella, Campylobacter) maar dat geldt voor uitwerpselen in het algemeen.

Ook voor wat schimmels betreft is er maar één relevant ziektebeeld, dat van de dermafytose of in de volksmond ook gekend als een "katrienewiel". Deze schimmelsoorten (Microsporum, Trichophytum) veroorzaken ringvormige huidletsels bij zowel honden als mensen (vooral kinderen) en gaan gepaard met jeuk. Honden met een goed verzorgde vacht zijn echter veel minder vatbaar voor schimmels. Wanneer je echter kale plekken opmerkt bij je hond, contacteer zeker je dierenarts en vergeet niet de handen te ontsmetten.

Rest dan nog de groep van de virussen. Rabiës of hondsdolheid is de enige virale ziekte (Rhabdoviridae) die overdraagbaar is van hond naar mens. Het zijn voornamelijk vossen en vleermuizen die besmet zijn met dit virus. Honden kunnen maar besmet raken na te zijn gebeten door een besmette vos. Op zijn beurt dient een besmette hond een mens te bijten vooraleer de ziekte kan aanslaan. Bovendien worden in België de vossen op grote schaal gevaccineerd door het verspreiden van lokaas met daarin een vaccin. Ook worden de geleidehonden gevaccineerd tegen rabiës.

Samengevat komt het er op neer dat als je je hond regelmatig laat vaccineren, ontwormen en behandelt tegen vlooien en teken, dit vanuit hygiënisch standpunt het beste argument vormt om met je geleidehond overal binnen te stappen. Andere belangrijke basisregels zijn direct contact met uitwerpselen te vermijden en je geleidehond regelmatig een stevige borstelbeurt te geven. Mocht de chagrijnige medemens die een probleem maakt van je geleidehond dan nog niet overtuigd zijn, bedenk dan dat kortzichtigheid nog de ergste handicap is.

Dominic De Groote

keer terug